27 mei 1940

          RUMBEKE De Laatste Veldslag   

27 mei 1940

7 september 1944

Andreas DE NEEF

Pamel 29.06.1919 - Rumbeke 27.05.1940 6e Wijk

Naam:                  

Voornaam:             

Geboorteplaats:         

Beroep:                

Burgerlijke staat:   

 

Ouders:     

           

 

Eenheid:               

 

 

Graad:                     

Stamnummer:     

De Neef
Andreas
Pamel 29.06.1919
Keukenknecht
Ongehuwd

Emiel De Neef
Joanna Segers

1e Regiment Grenadiers
IV Bataljon
13e Compagnie Mitrailleurs
Soldaat Mil '38
135/80790

Op 27 mei 1940 bemande Andreas De Neef, onder leiding van sergeant Joseph Houghaerts, een defensieve mitrailleurpositie. De positie bevond zich op +- 100 meter vóór de bataljons CP (hoeve Maurits Callewaert), in de vallei van de Bornstraat.
De positie werd in de namiddag geraakt door een voltreffer van een obus. De 2 mannen waren op slag dood.
Plaats van overlijden Grenadier De Neef en Sergeant Hougaerts. Bornstraat Rumbeke.
'André De Neef werd geboren op 29.06.1919. Hij was werkzaam in het klein seminarie te Mechelen. In mei 1940 waren drie zonen van Emiel De Neef aan het front: Frans, Albert en André. Twee ander, Lucien en Joseph sloegen op de vlucht met de gruwelverhalen over 1914-1918 in het achterhoofd.
Voor André De Neef, soldaat in het Eerste Regiment Grenadiers, liep het slecht af. Op 27 mei 1940 sneuvelde hij te Rumbeke in de slag aan het Sterrebos, getroffen door een schrapnel. Hij werd aan het front begraven en op 15 juli 1940 overgebracht naar Pamel, waar hij werd bijgezet in de ererij bij de ingang van het kerkhof. Hij werd postuum gedecoreerd met het kruis van Ridder in de orde van Leopold III met palm, het oorlogskruis 1940 met palm en de herinneringsmedaille aan de oorlog 1940-1945. Zijn overlijdensakte draagt het randschrift "Stierf voor België".'

François De Neef
Immatirculatieplaatje van Andreas De Neef
 
27 mei 1940. in west Vlaanderen levert het stuiptrekkende Belgische leger de laatste gevechten tegen de Duitse overmacht. Op die dag ligt ook Rumbeke, een dorp vlak bij Roeselare, in de vuurlinie en sneuvelt er André De Neef, een dag voor de capitulatie. André De Neef werd geboren in pamel op 29 juni 1919, als zoon van Emiel (1887-1962) en Maria Joanna Segers (1889 - 1978). Hij was keukenknecht in het klein seminarie in Mechelen en lid van de K.A.J. Volgens één van zijn broers rookte hij niet, dronk hij niet maar ging al zijn zakgeld naar zijn hobby, fotografie; in zijn doorschoten portefeuille werden heel wat stukjes van foto's aangetroffen. Zijn uurwerk was echter verdwenen: op het slagveld gestolen door een meedogenloze medesoldaat.
André (gemobiliseerd op 26 augustus 1939) was soldaat bij het Eerste regiment Grenadiers, 4e bataljon, 13e Cie. Hij was er ordonnans van kapitein commandant De Paepe. In het Belgische leger van toen had iedere officier een ordonnans: een soldaat die voor hem "knecht" mocht spelen. Uiteraard werden voor die taak de meest gedienstige en bereidwillige soldaten gekozen, wat meteen op een bepaalde karaktertrek bij André De Neef wijst. Aan die job zaten ook wel voordelen vast: een ordonnans kreeg meer kans om het kwartier te verlaten en als de officier niet al te veeleisend was was viel alles best mee. Zoals zoveel andere regimenten bevond het zich ook op 10 mei 1940 aan het Albertkanaal, meer bepaald in de sector van Tessenderlo, als onderdeel van de 6e infanteriedivisie.
In de nacht van de 11e op de 12e mei 1940 trok het regiment zich terug in de richting van de K.W.-linie. Pas op 27 mei 1940 zat het regiment in de vuurlinie in Rumbeke. Tijdens de dagen ertussen was het bijna ononderbroken terugtocht geweest, te voet of per vrachtwagen, gepaard met verkenningsopdrachten en enkele schermutselingen met de vijand. Op 24 mei 1940 betrok het regiment stellingen langs het afleidingskanaal van de Leie ten noordoosten van Eeklo en op 26 mei 1940 bevond het zich ten zuidoosten van Roeselare o mer de hergroepering van het 3e Jagers en 5e Jagers te dekken. op 27 mei 1940, omstreeks 08.30u werd het aangevallen; vanuit het kasteelpark van Rumbeke werd de hele dag felle weerstand geboden.
Rond 22u trok het 1e Grenadiers zich terug tot aan de buitenwijken van Roeselare waar het zich nog bevond op het ogenblik van de capitulatie.
Albert De Neef was thuis toen hij de dood van zijn zoon vernam van een soldaat uit Meerbeke die tot het regiment van André behoorde. thuis had hij er niets over gezegd; zijn zuster wist het ook al want het gerucht was toen al verspreid in Pamel door Gustaaf Elpers die het zelf vernomen had van de officier van wie André ordonnans was geweest; zo kon het droevige nieuws niet meer verzwegen worden voor de ouders.
Enkele weken later zijn ze met zijn vieren per fiets naar het graf in Rumbeke gaan kijken: Maria, Albert en Lucien De Neef en Henriette Vandenberghe. Volgens Jozef Evenepoel heeft hij samen met één van de broers De Neef, Jozef De Smedt en de toenmalige veldwachter Domien De Coen het stoffelijk overschot naar Pamel overgebracht. Dit moet omstreeks de 13e juli geweest zijn want op maandag 15 juli heeft de lijkdienst plaats gehad in Pamel. De lijkrede, waarvan de tekst nog bestaat, werd uitgesproken door Rufin Hellinckx, een strijdmakker uit de Hoogstraat. Nu rusten ook de ouders in het graf van hun zoon.

Herman Van Herreweghen
Een foto uit de doorzeefde portefeuille van Andreas De Neef

Oops! This site has expired.

If you are the site owner, please renew your premium subscription or contact support.