27 mei 1940

          RUMBEKE De Laatste Veldslag   

27 mei 1940

7 september 1944

Henri PUTTEMANS

Vilvoorde 01.04.1920 - Brugge 31.05.1940

Naam:                  

Voornaam:             

Geboorteplaats:         

Beroep:                

Burgerlijke staat:   

 

Ouders:     

           

 

Eenheid:               

 

 

Graad:                     

Stamnummer:     

Puttemans
Henri
Vilvoorde 01.04.1920
Diamantslijper
Ongehuwd

Victor Puttemans
Marie Heyndels

1e Regiment Grenadiers
IV Bataljon
14e Compagnie C47
Soldaat Mil '39
135/82095

Grenadier Henri Puttemans maakte deel uit van een sectie C47 anti-tank kanon, onder leiding van sergeant Marcel Heyman.

Op 27 mei 1940 wordt het C47 kanon van Heymans op de hoek van het Sterrebos, huidige Sterrebosdreef, in stelling geplaatst.


Gedurende de ganse dag wordt heen en weer geschoten, waarbij het stuk uiteindelijk door een Duitse voltreffer geraakt wordt.


Henri Puttemans raakt zwaar gewond aan het hoofd en wordt ter verzorging afgevoerd naar het militair hospitaal te Brugge maar overlijdt aan zijn verwondingen op 31 mei 1940.

Rumbeke Sterrebosdreef 56
 
Een door het 3e Regiment Jagers Te Voet achtergelaten C47 kanon nabij café De Armoede. Aan het front in Rumbeke werden tientallen van dit type kanon ingezet.
 

' 26 mei 1940

’s Nachts vertrekken we per autobus naar Rumbeke.

Onderweg hebben we dikwijls moeten dekking zoeken voor aanvallende vliegtuigen.

Om 9 uur kwamen we aan te Rumbeke. Roeselare wordt gebombardeerd. Vele huizen staan in brand. Bijna twee dagen zonder eten. Vrouw met vijf kinderen schenkt ons nadien eten.

Bezetting van de stellingen in het Sterrebos. We liggen in tweede lijn.

Heel de nacht hevig artillerievuur, de hemel staat in vuur en vlam.

 

27 mei 1940

We worden gewekt en vervoegen het kanon. Komen in eerste lijn te liggen.

Een Duitse patrouille van 7 van in ’t zicht. Aan onze zijde wordt het vuur geopend.

10 uur: Duitsers openen het vuur vanuit de huizen op ons. Ons kanon beschiet de huizen met springgranaten. Een granaatwerper wordt tot zwijgen gebracht.

Granaten en schrapnels ontploffen rond ons.

10u45: Een DBT van de 11e Compagnie ontploft.

Twee doden en drie gekwetsten.

Later heb ik vernomen dat het een Duitse voltreffer was.

Ons kanon 4,7 wordt onder vuur genomen. Ik stuur drie man om munitie; ik heb die mannen nooit meer teruggezien en weet niet wat er van hen geworden is.

Marcel Catteeuw wordt zwaar gewond aan de voet en zitvlak.

Door het vuur van obussen en granaten ga ik achter een draagberrie.

Aangekomen in het vroegere koetshuis van het kasteel, waar het vol ligt met doden en gewonden, vraag ik een verpleger om me te helpen. Omdat hij er helemaal alleen voorstaat, kan hij mijn niet helpen. Een zenuwinzinking nabij, ga ik terug naar mijn stuk dat getroffen is door een voltreffer.

Terug op weg naar het koetshuis vind ik Marcel Catteeuw en sleur hem mee door het vuur van granaten.

In het koetshuis aangekomen, wordt Henri Puttemans binnengebracht die zwaar verminkt is aan het hoofd. Vier dagen nadien is hij gestorven.

Gerard Vandendriessche is afgrijselijk getroffen in de arm en de borst.

 Ik breng hachelijke ogenblikken door bij mijn drie vrienden. Het schieten is om gek van te worden.

Louis Binst en De Bleser zijn als bij wonder ongedeerd. De gekwetsten worden weggebracht.

Daar mijn kanon 4,7 vernietigd is, gaan Louis Binst, De Bleser en ikzelf naar de commandopost P.C. vragen wat ons te doen staat. Het Regiment moet een nieuwe stelling bezetten.

 

28 mei 1940

’s Morgens zegt men dat België gecapituleerd heeft en dat voor ons de oorlog gedaan is.

We trekken te voet richting Roeselare. Er liggen veel dode paarden langs de weg en vele huizen zijn verwoest. We zullen trachten Klemskerke-De Haan te bereiken. '


Dagboek sergeant Marcel Heyman 14Cie/1Gr

 
De bezetting van een kanon C47 met bovenaan midden Gerard Dan Den Driessche en onderaan rechts Marcel Catteeuw. Vermoedelijk is dit de sectie van sergeant Heyman en staat Henri Puttemans ook op de foto. Hij kon spijtig genoeg nog niet geïdentificeerd worden.
 
'Marke den 27 juli 1945

Op 27 mei 1940 lag het 1e Regiment Grenadiers, van hetwelk ik deel uit maakte, in stelling te Rumbeke bij Roeselare. Ik behoorde tot de 14e Compagnie en was bevoorrader bij een anti-tank kanon 47mm. Wij werden 's morgens vroeg aangevallen door de Duitschers die ons tot op een 50-tal meter naderden. Er werd land beide zijden heftig gevuurd. Granaten ontploften aanhoudend rond onze putten. In de namiddag werd ik getroffen en een drietal meter weggeslingerd. Mijn linkervoet was door verscheidene scherven doorboord en ik had een zeer grote wonde aan de linkerdij. Twee soldaten mijner compagnie, die mij enkelen tijd nadien ter hulp snelden werden eveneens zwaar gewond. Een is op 31 mei 1940, te Brugge aan zijn verwondingen bezweken (Henri Puttemans) en de andere is den linkerarm afgezet (Gerard Vandendriessche). Alleen mijn armen kunnende gebruiken ben ik kruipende een honderdtal meter verder geraakt, terwijl granaten zonder ophouden rond mij ontploften en kogels voorbij suisden. Gedurende dit verkruipen werd ik nogmaals getroffen door een kogel die echter afschampte op mijn schouder en mij enkel een schram veroorzaakte. Ten slotte toen het vuren wat opgehouden was, werd ik door een soldaat naar den dichtstbijzijnde hulppost gebracht waar men mij de eerste verband legde. Ik had gedurende dezen tijd veel bloed verloren. Ik werd verzorgd in verschillende lazaretten en hospitalen. Onder andere Klerken, Brugge en Kortrijk tot op den 23 juli 1941, en op 7 september 1942 werd ik terug verpleegd tot 10 april 1943.
Hoogachtend,
Marcel Catteeuw'

Brief van Marcel Catteeuw aan het ministerie van landsverdediging, over de gebeurtenissen te Rumbeke op 27 mei 1940, waarin ook Henri Puttemans aangehaald wordt.
 
Marcel Catteeuw tijdens zijn revalidatie.

Oops! This site has expired.

If you are the site owner, please renew your premium subscription or contact support.