Marcel Van Gheluwe woonde samen met zijn ouders in de Zuidstraat 28 te Passendale. Net zoals zijn vader was hij landbouwer van beroep, en hielp op de ouderlijke boerderij.
In 1939 wordt hij terug onder de wapens geroepen en komt bij de 2e compagnie van het 1e Regiment Grenadiers terecht.
Tijdens de gevechten in Rumbeke ligt hij, samen met zijn compagnie, in stelling rond 'het Boomfeestje', recht tegenover de hoofdingang van het kasteelpark.
Tijdens de beschietingen van hun stellingen wordt hij dodelijk getroffen en lag hij, volgens een getuigenis van grenadier Maurice Callewaert, dood in de grote vijver.